Wilt u een inrit bij uw woning of uw bedrijf? Dan moet u
hiervoor een omgevingsvergunning aanvragen. In sommige gevallen is
het nodig dat de trottoirbanden worden verlaagd. Maar het kan ook
zijn dat er een lichtmast moet worden verplaatst. Of een boom moet
worden gekapt.
Voorwaarden
Een inrit of uitrit zijn hetzelfde. Voor het gemak gaan we uit
van een uitrit. De gemeente kan een omgevingsvergunning weigeren in
het belang van:
de bruikbaarheid van de weg;
Het veilig en doelmatig gebruik van de weg;
De bescherming van het uiterlijk aanzien van de omgeving;
De bescherming van de groenvoorziening in de gemeente.
Indien u bijvoorbeeld een omgevingsvergunning wenst op een
drukke hoofdontsluitingsweg zal de gemeente u die vergunning
waarschijnlijk weigeren vanwege de verkeersveiligheid.
Privaatrechtelijke verhoudingen
Naast de publiekrechtelijke bevoegdheid die de gemeente heeft op
grond van het bepaalde in de APV is de gemeente ook in particuliere
zin eigenaar van de openbare weg. Vanuit dit eigendomsrecht moet de
gemeente de aanleg van een uitrit toestaan. In de meeste gemeenten
ligt deze toestemming besloten in de te verlenen
omgevingsvergunning. Bijzonder is dat de gemeente aan de
omgevingsvergunning voorschriften kan verbinden die eigenlijk geen
verband houden met de omgevingsvergunning als zodanig, maar met het
eigenaar zijn van de openbare weg.
U doet de vergunningcheck via het omgevingsloket op de
website van het ministerie van Infrastructuur en Milieu, om te zien
of u een omgevingsvergunning nodig heeft;
U krijgt schriftelijk antwoord van het bevoegd gezag. Dat kan
de gemeente zijn, maar ook de provincie, het waterschap of de
rijksoverheid;
Meestal is overleg nodig met het bevoegd gezag: een
omgevingsvergunning vereist namelijk maatwerk;
Als uw aanvraag wordt gehonoreerd, dan wordt de vergunning
meegestuurd (inclusief de voorwaarden waaronder u de vergunning
krijgt);
Bent u het niet eens met de beslissing, dan kunt u bezwaar
maken.
Het is ook mogelijk de vergunning via een formulier bij de
gemeente aan te vragen. Vanaf 1 oktober 2012 zijn
bedrijven echter verplicht om de aanvraag digitaal in te dienen via
het omgevingsloket.
Procedure
Er kan sprake zijn van een reguliere of een uitgebreide
voorbereidingsprocedure (afhankelijk van de complexiteit van de
aanvraag). Voor de reguliere voorbereidingsprocedure geldt een
doorlooptijd van 8 weken (van aanvraagbevestiging tot bekendmaking
van het besluit) en kan met 6 weken worden verlengd. Voor de
uitgebreide voorbereidingsprocedure geldt een doorlooptijd van 6
maanden met een mogelijke verlenging van 6 weken. Het bevoegd gezag
geeft vooraf aan van welke van de twee proceduretypen er sprake
is.