De gemeente bepaalt jaarlijks de waarde van alle
onroerende zaken in de gemeente (bijvoorbeeld een huis, een
bedrijfsgebouw, een stuk grond). Vanaf de peildatum (1 januari van
het betreffend jaar) geldt de vastgestelde waarde als grondslag
voor diverse
belastingen. Wanneer u de onroerende zaak
verandert, bijvoorbeeld als gevolg van bouw, verbouw of sloop,
dan kan dit effecten hebben voor de waarde van het onroerend
goed. Deze effecten komen bij de jaarlijkse taxatie in beeld.
Voorwaarden
Hoe wordt de hoogte van de WOZ-waarde
bepaald?
De hoogte van de WOZ-waarde wordt bepaald met een taxatie.
De taxateur hoeft daarbij niet elk pand te bezoeken. De woningen
worden ingedeeld in groepen van vergelijkbare woningen. Eén of
meerdere woningen worden vervolgens gebruikt als referentiepand. De
waarde van een referentiepand geldt als uitgangspunt voor de
waardebepaling van de overige woningen. Er wordt daarbij gelet op
verschillen ten opzichte van het referentiepand.
Onroerende zaken in aanbouw
Ook voor onroerende zaken die in aanbouw zijn, wordt een
waarde bepaald. Deze waarde bestaat uit de waarde van de grond,
vermeerderd met de waarde van de opstallen.
Gebruik van WOZ-waarde
De waarde van een onroerende zaak wordt door verschillende
instanties gebruikt voor de vaststelling van belastingen en
heffingen. De gemeente gebruikt de waarde voor onder andere de
berekening van de onroerendezaakbelasting, de rijksbelastingdienst
verwerkt het in de aanslagen inkomstenbelasting en
vermogensbelasting en het waterschap gebruikt de waarde voor
watersysteemheffing.
Aanvragen
Om de vastgestelde WOZ-waarde te beoordelen kunt u een
taxatieverslag opvragen. Dit kunt u als volgt doen:
Belastingsamenwerking Oost-Brabant (BSOB)
Belastingsamenwerking Oost-Brabant (BSOB) verzorgt de lokale
belastingen voor waterschap Aa en Maas en de gemeenten Boekel,
Deurne, Oss, Uden en Veghel. Ook stelt BSOB de WOZ-waarde voor alle
onroerende zaken in de vijf gemeenten vast.