Wat zijn de klachten?
De meeste besmettingen verlopen zonder klachten of worden ervaren als een
milde griep. Bij een ernstiger verloop begint de ziekte meestal acuut met
heftige hoofdpijn en hoge koorts. Andere klachten zijn: koude rillingen,
spierpijn, misselijkheid en braken, een longontsteking met een droge hoest en
pijn op de borst. Soms veroorzaakt de bacterie een leverontsteking, die vaak
verloopt zonder klachten of gepaard gaat met buikpijn, misselijkheid, braken
en diarree. De ziekteverschijnselen treden gemiddeld twee tot drie weken na
besmetting op.
Wat kan ik doen?
Herkent u een van de klachten? Neem dan contact op met uw huisarts. De GGD
Hart voor Brabant heeft de huisartsen en medisch specialisten in zijn
werkgebied geïnformeerd over de bestaande situatie. Zij beslissen of nader
onderzoek en/of behandeling nodig is.
Omdat de bacterie vooral door (kleine) herkauwers (schapen en geiten) wordt overgedragen doet u er goed aan om bij contact met deze dieren goede hygiëne in acht te nemen (handen wassen na diercontacten). Of beter nog: probeer zoveel mogelijk rechtstreeks contact met deze dieren te vermijden.
Meldingsplicht en nu?
Op 12 juni 2008 werd de meldingsplicht voor bedrijven met een verhoogde kans
op Q-koorts van kracht. Dit betekent dat veehouders en dierenartsen verplicht
zijn om Q-koorts verschijnselen bij melkgeiten en melkschapen te melden. Deze
meldplicht is noodzakelijk om de verspreiding van Q-koorts in te perken. Op
de website van het ministerie van LNV vindt Moet die dan niet vermeld worden?
u meer informatie over deze maatregelen. Een link naar deze website vindt u
via de website van de GGD.
Vragen of meer informatie?
Voor aanvullende vragen kunt u contact opnemen met Bureau
Infectieziektebestrijding van de GGD Hart voor Brabant, via tel. (073)
6404074 op ma. t/m do. van 8.30 - 17.00 uur en vrij. van 8.30 - 16.00 uur. Of
kijk op de website van de GGD: http://www.ggdhvb.nl/